Rechter: werken als zzp’er in de zorg niet automatisch schijnzelfstandig
De Rechtbank Rotterdam heeft op 30 april 2026 een interessante uitspraak gedaan over de vraag of werkzaamheden op het gebied van aanvullende mantelzorg en persoonlijke begeleiding kwalificeren als arbeidsovereenkomst of als overeenkomst van opdracht.
In deze zaak ging het om zorgmaatjes die via een organisatie aanvullende mantelzorg verleenden aan thuiswonende ouderen en andere hulpbehoevenden. Partijen hadden de kantonrechter gezamenlijk gevraagd om duidelijkheid: was hier sprake van een arbeidsovereenkomst, of mochten de werkzaamheden worden gezien als zelfstandige opdrachtrelatie?
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De overeenkomsten kwalificeerden als overeenkomsten van opdracht.
Feitelijke samenwerking is doorslaggevend
De uitspraak is relevant omdat de rechtbank niet alleen keek naar wat er op papier stond, maar vooral naar de feitelijke uitvoering van de samenwerking. Daarbij paste de rechtbank de zogenoemde Deliveroo gezichtspunten toe.
Belangrijke factoren waren onder meer:
- de zorgmaatjes mochten opdrachten accepteren of weigeren;
- zij bepaalden zelf, in overleg met de cliënt, wanneer zij werkten;
- zij kregen geen directe instructies over de uitvoering van het werk;
- zij waren niet verplicht deel te nemen aan interne overleggen of trainingen;
- zij mochten zich laten vervangen;
- zij werden alleen betaald voor daadwerkelijk gewerkte uren;
- zij mochten ook voor andere opdrachtgevers werken.
Volgens de rechtbank wees dit totaalbeeld meer op een opdrachtgever opdrachtnemerrelatie dan op een werkgever werknemerrelatie.
Geen vrijbrief, wel belangrijke nuance
De uitspraak betekent niet dat zzp werk in de zorg altijd buiten loondienst kan plaatsvinden. Iedere situatie moet afzonderlijk worden beoordeeld. Als een opdrachtgever vaste roosters oplegt, directe instructies geeft, structureel toezicht houdt of de zelfstandige feitelijk onderdeel maakt van de organisatie, kan de uitkomst anders zijn.
Toch is deze uitspraak belangrijk. Zij laat zien dat werkzaamheden in de zorg, mantelzorg of persoonlijke begeleiding niet automatisch leiden tot schijnzelfstandigheid. De feitelijke inrichting van de samenwerking blijft bepalend.
Wat betekent dit voor zzp’ers en opdrachtgevers?
Voor zzp’ers en opdrachtgevers onderstreept deze uitspraak het belang van een duidelijke, goed onderbouwde samenwerking. Niet alleen het contract moet kloppen, maar ook de praktijk.
Daarbij spelen onder meer de volgende vragen een belangrijke rol:
- Is er voldoende vrijheid in de uitvoering van het werk?
- Is er sprake van echte ondernemersruimte?
- Mag de zzp’er opdrachten weigeren?
- Kan de zzp’er voor meerdere opdrachtgevers werken?
- Is er geen sprake van directe gezagsverhouding?
- Draagt de zzp’er zelf ondernemersrisico?
Juist deze elementen staan centraal bij de beoordeling van zelfstandigheid.
ZZP OK! Keurmerk helpt risico’s inzichtelijk te maken
Het ZZP OK! Keurmerk ondersteunt zzp’ers en opdrachtgevers bij het inzichtelijk maken van risico’s rondom schijnzelfstandigheid en de Wet DBA. Via een uitgebreide screening wordt beoordeeld in hoeverre een samenwerking kenmerken vertoont van zelfstandig ondernemerschap of mogelijk wijst op schijnzelfstandigheid.
De uitspraak van de Rechtbank Rotterdam bevestigt opnieuw dat een zorgvuldige beoordeling van de feitelijke situatie essentieel is. Een goed ingericht dossier kan zzp’ers en opdrachtgevers helpen om beter onderbouwde keuzes te maken en onzekerheid te verminderen.
Het ZZP OK! Keurmerk biedt haar dienstverlening als een praktische en gestructureerde toetsing waarmee zelfstandigen en opdrachtgevers hun positie beter kunnen onderbouwen.
Conclusie
De uitspraak van de Rechtbank Rotterdam maakt duidelijk dat niet de sector, maar de feitelijke samenwerking doorslaggevend is. Ook binnen zorg, mantelzorg en persoonlijke begeleiding kan sprake zijn van een zelfstandige opdrachtrelatie, mits de samenwerking daar in de praktijk ook op aansluit.
Voor zzp’ers en opdrachtgevers is dit een belangrijk signaal: voorkom aannames, leg afspraken zorgvuldig vast en toets regelmatig of de praktijk nog overeenkomt met echte zelfstandigheid.

